Boezempeil

Ze had echt enorme borsten. Verpakt in een hemelsblauw decolleté, zo diep als de Atlantische Oceaan. Zo’n boezem die nergens begint en vooral nergens eindigt. Onder die voorgevel een stevige buik, die bij iedere ademteug de borsten omhoog duwde. Blonde haren omlijstten een rond rozig gezicht, haar armen en benen compact – breed zonder dik te zijn.

Ze nam plaats en stelde zich voor. Het had ook geen andere naam ter wereld kunnen zijn. Helga. Ik zag haar op de boeg van een Noors schip staan, haar wapenuitrusting blinkend in de zon. Ze nam een stapel papier en vertelde dat zij de inschrijving deed. Haar boezem leunde zwaar op de tafel. Ze schoof wat formulieren richting mij en helde vervaarlijk voorover. Het duizelingwekkende decolleté kwam als een bulldozer op me af. Toen zag ik het.

Tussen haar borsten zat… iets. Een rosbiefkleurig gevaarte. Het neigde bijna naar paars. Zoals dat gaat met zaken die je wil negeren, kon ik niet anders meer dan naar het ding staren. Terwijl ik probeerde mij op haar verhaal te richten, dwaalden mijn ogen ongewild steeds opnieuw omlaag. Het donkere, als een platgeslagen framboos gebobbelde ding tussen die samengeperste borsten bewoog mee met iedere beweging. Ze maakte een wijds gebaar, ik zag dat het ding op haar rechterborst verankerd leek te liggen.

Misschien was het ooit onschuldig begonnen? Een groepje wratjes, niets om je al te druk over te maken? Maar dat gaandeweg die groep een kolonie werd, een complete populatie van aan elkaar gegroeide wratten? Die samen een vingerdikke plaat vormden? Er liep een lichte rilling over mijn rug. Ze vroeg waar ik gewerkt had, hoe oud ik was, wat mijn wensen waren. Op de automatische piloot gaf ik antwoord. Zij schreef druk knikkend ieder woord op.

Misschien zat er wel een compleet mensje klem onder die borsten. Een kind, of nee, misschien wel een heel klein mannetje. Dat ze per ongeluk tegen hem op gebotst was laatst, en hij pardoes klem kwam te zitten in die oneindige massa boezem. Dat hij eerst nog wel kon spartelen, maar uiteindelijk zó vast zat, dat hij – hoe hard hij ook wurmde en wriemelde – alleen zijn tong nog tussen die twee borsten omhoog wist te steken. Dat hij daar al dágen zat nu, op die manier. Zijn tong zo ver mogelijk uitgestoken, gillend maar totaal gesmoord door al dat vlees.

Ach, dacht ik toen, dat is het natuurlijk! Ze was zo’n hamburger gaan eten. Zo’n enorm ding. Een kogelrond broodje, waartussen die lap vlees vet van alle mayo en de ketchup op een bedje slappe sla lag. Toen ze er een stevige hap uit wilde nemen, glibberde dat vlees – floep! – tussen haar borsten. Ze zocht nog minutenlang tevergeefs op haar stoel, op de tafel, zelfs op de vloer, maar kon het nergens meer vinden. Daar lag het nu, die hamburger. Tussen die borsten. Het was vastgeplakt aan haar vel. Verschrompeld en van buiten al uitgedroogd. Het stuk dat nog zichtbaar was, was er waarschijnlijk nog het best aan toe. De rest zat al dagen stevig beklemd, was nu waarschijnlijk al groen uitgeslagen, met witte harige draden tussen het opgedroogde vet en zou weldra chirurgisch verwijderd moeten worden.

Ze had alle gegevens nu, ze wenste me een fijn weekend, ze zei dat ik de informatiebladen mee mocht nemen, ze drukte me de hand, straalde me een glimlach die haar ‘Nou, tot volgende week!’ begeleidde. Ik wandelde in gedachten verzonken de deur uit. Op de grote gang aangekomen oriënteerde ik me snel. Waar was ik vandaan gekomen? Die witte hal door, via de draaideur, de trap af, nog een hal door met allemaal gesloten deuren. Vlak voor ik de straat bereikte ging mijn telefoon. Ik grabbelde hem uit mijn tas en nam op terwijl ik het gebouw verliet. Terwijl ik mijn naam zei, zag ik het beeld van Helga’s enorme hamburgerboezem in die blauwe diepte weer glashelder voor me.

“Dag schatje! Ik heb een idee, wat denk jij ervan? Zullen we vanavond lekker makkelijk bij Mac Donalds gaan eten?”

Ik hoorde nog net zijn bezorgde vraag of alles wel goed met me ging, maar toen hing ik al kokhalzend boven een vuilnisbak, mijn handen steunend tegen de muur. Nee. Dacht ik. God nee. Geen fastfood, niet vandaag alsjeblieft.

(Overgeheveld van mijn oude blog.)