Ik liep langs een appartementencomplex en zag een jongeman in zijn shirt de haldeur beneden openen en zijn herdershond naar buiten laten. De overenthousiaste hond mocht bij de strip gemeentestruikjes zijn poot optillen en werd veelvuldig vanuit de half geopende deur teruggeroepen zodra hij een stap zette om ergens aan te snuffelen. Ik liep verder en zag om de hoek een perkament oud vrouwtje in haar scootmobiel richting grasveld tuffen, haar kleine witte hondje vrolijk naast haar dartelend in de struiken. Ze stopte overal waar hij wilde snuffelen.
Ik had zin om de jongeman aan zijn nekvel de hoek om te sleuren, hem op de dame te wijzen, dat zij zich ingepakt moest hebben, in haar scoutmobiel gehesen, de lift in, de hal door, naar buiten, alles om haar vierpotertje te laten ravotten in de natuur. En of hij misschien eens moest overdenken of hij wel een hond wilde hebben.
Maar ik deed het niet. Niet alleen omdat de jongeman misschien wel iedere dag 3 uur met zijn hond gaat wandelen maar nu even haast had omdat hij moest werken of iets dergelijks, maar ook omdat ik de laatste tijd vaak aanvaringen heb gehad met vreemden. Bijna allemaal virtueel, maar toch.
Het is niks voor mij, ruziën met mensen die ik niet ken. Toch is het de afgelopen paar maanden een keer of 4 voorgekomen. Ik ben natuurlijk in eerste instantie geneigd de mensen in kwestie de schuld te geven. Dat zij fout zaten, dat ik nog heel correct en netjes ben gebleven, dat ik gewoon pech heb met wie ik tref. Maar na wat langer nadenken vrees ik dat het toch iets in mij moet zijn. Ben ik om kleinere dingen op mijn tenen getrapt? Overschat ik mezelf? Heb ik een korter lontje dan voorheen? De kans dat er opeens een handvol mensen zijn die mij onheus bejegenen vind ik toch klein.
Dan kan ik daar weer tegenover zetten dat de mensen met wie ik aanvaringen had, allemaal uit een bepaalde hoek komen, een hoek waar ik me vroeger niet in bevond. Dat die mensen zich allemaal groter, slimmer en machtiger willen voordoen dan ze zijn. Maar dan vervolg ik mijn intern twistgesprek weer met het tegenargument dat ik dan dus blijkbaar totaal niets langs me heen kan laten gaan. Dat wanneer ik – zover ik objectief kan beoordelen – oprecht ten onrechte kritiek krijg, ik dus klaarblijkelijk te self-righteous ben om wijs mijn mond te houden. Ik ga erop in, moet koste wat kost analyseren en mezelf vrijpleiten om dat gevoel van onrecht te doen verdwijnen. Wat natuurlijk nooit een goed einde heeft, en alleen op ruzie uitdraait. Wat ik dan weer weet, waardoor ik ofwel alle contact blokkeer direct na mijn ‘rectificatie’, ofwel mezelf verbijt en vervolgens constant met wrok zit en geen enkele intentie meer heb om me in te zetten voor die persoon.
Dan vraag ik me natuurlijk af waar dat door komt. Ben ik in de vijf jaar dat ik in België woonde gewend geraakt aan het feit dat niemand kritiek uitspreekt? En loop ik nu in Nederland daar dan keihard tegenaan? Dat ik het niet meer kan hebben? Of is het juist zo dat ik in België vijf jaar over me heen heb laten lopen, door mijn angststoornis niets durfde, en nu terug in Nederland al die frustratie meeneem in iedere nieuwe oneerlijke situatie? Of is het misschien zo dat ik blijkbaar erg gestrest ben en dus een springveer blijk, die bij het minste of geringste meteen tegen het plafond zit?
Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat ik het een vervelend gevoel vind. Ik zag mezelf nooit als iemand die betweterig was, als iemand die geldingsdrang heeft, als iemand die bovenop alles en iedereen zit. Waar het vandaan komt weet ik niet, hoe het in elkaar steekt weet ik niet, en of het nu aan mij ligt of echt stom toeval is weet ik ook niet. Maar dat ik hier geen hobby van wil maken, dat weet ik wel. En toch, gisteren was er weer zo’n geval. Iemand die echt, oprecht fout zat. (De persoon beweerde o.a. dat het ‘wordt je’ moest zijn in plaats van ‘word je’, in een tekst van mij.) En ook al neem ik me voor niet meteen erop te springen, toch zie ik mezelf een onderkoelde mail sturen waarin ik het niet kan laten hem erop te wijzen. Erger nog: ik merk dat ik echt boos word om zijn onterechte rectificatie. Ik zou me er niets van aan moeten trekken, het niet zo ‘diep’ moeten laten komen, maar ik kan het niet voorkomen.
En dan baal ik daar dus weer van. Wanneer ik de mail stuur voelt het lekker, zo tussen de verontwaardiging door je ‘beter kunnen voelen’ dan die ander. Maar achteraf denk ik: waarom nou weer? Die kerel in kwestie betekent niks voor je, het was je meteen al duidelijk dat hij zichzelf heel wat vindt dus waarom neem je het zo persoonlijk op en waarom, waarom, waarom laat je het niet gewoon rusten? Stuur niks meer terug, laat het waaien, relax. Don’t let it get to you.
Maar er zit blijkbaar in mij een kleine, verongelijkte kleuter die bij iedere mogelijkheid om stennis te schoppen meteen erop springt.
Daar ben ik dan mooi klaar mee.
Ik ga maar weer eens aan wat zelfonderzoek doen, wroeten in the miracle that is me. En hopelijk kan ik dat betweterige ettertje in mezelf dan uitbannen.

