Vogelaar

‘Een gelijkwaardige woning’
zegt hij tegen je
herhaaldelijk
in zijn verhaal
wanneer hij natuurlijk
gelijkvloers bedoelt.

Maar je knikt
en je glimlacht
om de creativiteit
iets in te vullen
als er ergens even
een leegte blijkt.

En je knikt
en je glimlacht
omdat híj het is die het zegt
met rimpels in zijn stem
en pretogen in zijn ziel
op de tuinstoel in de schaduw
met een sigaret tussen duim
en wijsvinger

en de wandelstok tegen zijn knie geleund
want het vertedert je
tot in de taal van zijn bestaan.