Weekendje weg

Het is zondagochtend. Tik tik boink tik boem. Ogen open. Veel licht, vreemd bed. Drie ananaskussens op de vloer. Een goud met rood lampje op het nachtkastje: hoe verzinnen ze het. Mijn mobieltje ernaast. Ik klap hem open. De tijd is wel nog van mij, constateer ik. Vijf over acht, dat is laat voor mijn doen. Tik tik boink tik boem. Ik draai me om. Vriendje op zijn zij, regelmatige ademhaling. Goed, ik sta er alleen voor. Strijdplan. Samenvatting. 4 mensen, 2 katten, 5 stappen naar de douche, 1 dag nog. Tik tik boink tik boem. Wat is dat voor geluid? De buren of hier? Zijn er al mensen wakker?

Plafond heeft een scheurtje. Lamellen trekken strepen over de muur, licht, lichter, licht, lichter. Waar is Tas? Tas staat naast bed, mijn boeken, mijn kleren, mijn Spa appel-fles gevuld met jus d’orange, mijn spullen. Ik besta dus nog. Tik tik boink tik boem. Helder moment: de meterkast en boiler staan net naast de deur tegen de muur te leunen, nonchalant, tik tik boink tik boem gesprekken te voeren. Er is dus al leven in huis. Mocht er leven op de douche zijn, sluiten ze deur dan af?

Of loop ik binnen in niet-gewenste taferelen? Meer huid dan gewenst in één oogopslag? Tas vertel mij, gaan we samen de enge wereld in? Tas zegt ja. Kom maar been. En neem je zusje mee. Twee voeten op de koude vloer. Zeker weten Tas? Ja. Oké lichaam, we gaan. Tas spuugt lekkere kriebeltrui uit. Dikke sokken. Boeken erin als wederdienst, voor wat hoort wat. Ik rits Tas dicht. Zachtjes, lief. Voor Tas en voor Vriendje. Jullie beurt tenen: trippel mij naar de deur. Nu hand!

Goedemorgen boiler. Goedemorgen meterkast. 3 stappen nog. Oren help mee: is er iemand? Voet wacht galant op oor-deel. Klink omlaag, deur open. Tas mag op de vloer. Hallo ik. Ik spiegel-ik. Sluit je de deur even? Ik wil met je praten. Ja zo, dankjewel. Kijk me aan. Wat nou enge wereld? Doe normaal. Niet zo vermanend spiegel-ik, het is nog vroeg. Kijk hand poetst tanden al, zo is het gezellig. Haren denken nog terug aan knot van gisteren, toen waren ze zo lekker dicht bij elkaar. Straks weer liefjes, eerst wakker worden met thee en sigaret. Douchegordijn maakt vrolijk, een lenteweide tussen het wit. Tas schuifelt al naar de deur. Wacht op mij!

Tussendeur. Tussenhalletje. Tussenwereld. Mens 1 of mens 2 beneden? Tas fluistert doe maar rustig, ze zijn allebei niet eng. Ik mopper weet ik wel, ik ken ze gewoon pas een paar uur. Laat me even wennen. Trede, trede, trede kijk ik ga al. Bank in zicht. Tas wil op de stoel, dat mag hoor. Boek stapt er monter uit. Kat kust voet. Hallo kat. Kom hoofd, omhoog jij. Gerommel uit de keuken. Hup glimlach, jouw beurt! (Sigaret huppelt al over de tafel, kom je met me spelen? Even wachten nog.) Gerommel richting hier.

Goedemorgen! roept mond. Goedemorgen horen oren. Mens 2, een verrassing. Koffie of thee? Wat ben je vroeg. Thee graag. Ja altijd. Mag ik nu? Bank is koud en geel. Boek vlijt zich op tafel, stukje onderrug plakt tegen bank. Klein vuurtje, adem in, diepe zucht. Goedemorgen ik. Dampende thee komt kamer in, mens 2 erachter aan. Dank je. Ja veel licht hier, lekker. Ja mooi ook. Ja lekker geslapen. Nee die nog niet, die slaapt altijd lang. Vroeger ook al ja? Kom lichaam, wil nu even hier zijn, dat maakt het makkelijker. Rustig naar achter gaan zitten, benen gezellig op de bank erbij. Asbak komt erbij zitten. Kat aait voet. Kat aait hand. Kat springt op bank, neusje neusje. Voorpootjes op schouders, links rechts en rechts links. Oog in oog. Ja kat, jij bent lief. Kopje tegen mijn kin. Dan vlijt ze zich in het kuiltje tussen mijn sleutelbeen en mijn nek. Een omarming van een kat, dat neemt niemand me meer af.

Beetje boek, beetje thee, beetje woorden, beetje nicotine. Lichaam wordt wakker, spieren rekken zich uit, hoofd nek rug billen benen. Wij willen warm water. Ik weet de weg, kom maar mee. Tas mag weer voorop. Trede trede trede niet huppelen, rustig aan. Tussendeur, tussengang, douchedeur. Klink hup hop klik dicht. Vloer roept Tas, ik laat het toe. Hallo lente. Hallo wit. Hallo water. Kleren kruipen op een hoopje, sokken friemelen een eindje weg. Ik giechel, ik heb dezelfde kleur als de handdoek: als dat geen thuiskomen is. Water spetter kletter, nog eventjes wachten, ik heb nog iets te vereffenen.

Hallo spiegel-ik. Kijk me aan. Dat heb ik maar mooi even gedaan he?

(Overgeheveld van mijn oude blog.)