Afsnoepen

Of maar negen tenen hebben, dacht ze. Dat zou ook minder erg zijn, dacht ze. Negen vingers zelfs, dat zou ze niet erg vinden. Een wijnvlek in het gezicht, ook geen probleem. Ze dacht aan haar ex, met zijn rode wang. Het stond hem zelfs goed. Gek, dacht ze, ik schaam me voor het schamen. En terecht, dacht ze. En toch kon ze er niets aan doen.

Kijk naar zijn innerlijk, vermaande ze zichzelf. Wat een cliché, dacht ze. Maar wat je nu doet is net zo clichématig, sprak ze zichzelf weer toe. In gedachten natuurlijk. Ze glimlachte naar hem, knikte. Hij sprong met zijn kleine compacte lijf van de rand en met een zware plons lag hij weer in het water.

Ze probeerde zich haar zoontje voor te stellen met maar negen vingers. Ze probeerde zich haar zoontje voor te stellen met een geboortevlek op zijn kaak. Ze probeerde zichzelf te haten, in plaats van hem. Ze probeerde ongeïnteresseerd te zijn. Wat maakt het uit ten slotte?

Alles. Alles maakte het uit. Ze kon het niet helpen. Ze voelde schaamte. Niet plaatsvervangend, niet zoals men schaamte voelt als iemand iets doet waardoor je in elkaar krimpt en voelt hoe het zou zijn als jij het zou zijn geweest die daar stond, nee, ze schaamde zich puur voor het feit dat ze met hem samen werd gezien. Ze wilde het niet voelen, ze wilde niet zo oppervlakkig zijn, ze wilde niet dat haar liefde bezoedeld werd door zo’n onzinnig iets, maar het gebeurde.

Ja, hij was dik. En nee, dat lag niet aan wat zij hem te eten gaf. Het had ook geen medische grondslag. Het was gewoon zoals het was. Waar ze thuis allemaal slank bleven, werd hij van hetzelfde voedsel dik. Ze lette op hem, of hij stiekem ergens bijsnoepte, maar dat was niet zo. Ze gaf hem iets minder van alles, maar wilde ook geen ongelukkig, overbewust kind van hem maken. Het zou nog wel rechttrekken als hij eenmaal in de puberteit kwam.

Maar hier zat ze dan. Op de witte kunststof stoel waar haar handdoek overheen gedrapeerd lag. Hier zat ze dan, naar haar zoon te kijken waar ze van walgde. Fysieke afkeer voor voelde. Zich te schamen om het schamen. Zich te vermanen. Maar ze kon het niet ontkennen.

Zou ze hem schaden? Zou een kind aanvoelen dat er iets niet klopte in de liefdesstroom? Ze vond hem hilarisch, een heerlijk kind, knuffelde hem veel, deed alles voor hem en had hem graag in haar buurt. Ze hield van hem, van top tot teen. Tenzij hij naakt was. Hoe hij daar rondliep in zijn zwembroekje. Zijn buik lillend bij iedere stap. En zo’n typische kont die alle dikke mensen hebben. Iets afgeplat, iets hangend.

Hij is toch pas elf, zei iedereen. Hij groeit er nog wel uit, let maar op, zei iedereen. Voor je het weet steekt hij een kop boven je uit en is hij een tienerslungel. Geniet er maar van zolang het nog kan, die kinderlijke onschuld. Maar ze kon het niet. Ze wilde dat hij zijn hele leven dik kon zijn, en dat haar dat helemaal niets kon schelen. Omdat hij het was. Maar ze kon het niet.

Ik ben een slecht mens, dacht ze. Daar moet ik het mee doen. Hopen dat het hem geen kwaad zal doen. Hopen dat alle andere facetten van hun moeder-zoon verhouding die wel helemaal tiptop waren, dit ene ding zouden uitbalanceren. Ze wist niet waar het vandaan kwam. Ze dacht er vaak over na. Tevergeefs.

Hij kwam op haar af gewaggeld en hield een plastic bal in zijn handen. Ga je mee spelen? zou hij zo vragen. Jazeker, zou zij zeggen. Ze zou voor hem uit lopen, in het water duiken, de bal vangen en weer gooien. Ze zouden elkaar nat spetteren. Hij zou giebelen, zij zou kietelen. Daarna zou ze zijn rug droogschuren met de handdoek, zijn haar fatsoeneren. Ze zou hem achterna roepen dat hij zijn zwemtas vergat. Ze zouden rozig in de auto stappen.

Ze keek naar zijn hand waar de bal nu in lag, en stelde zich voor dat daar maar vier vingers aan zouden zitten.

Mama, kom je mee met de bal gooien?

Jazeker. Ze stond op en liep al voor hem uit.