Nieuw

Ze had geen zwavelstokjes, maar ze zat wel buiten. Ongeduldig op een bankje. Haar iets te chique maillot onder haar iets te chique jas. Haar eigenwijze kinderharen in een volwassen knot gedraaid. In haar hand een lintje, leidend naar een gouden heliumballon. Ze stapte in de trein, wandelde door de coupés, druk pratend tegen haar moeder. Met iedere stap een klein rukje aan het lintje, een dansje in de lucht. Ik zag de wiebelende ballon over het gangpad naderen, ik hoorde haar klaterende stem alles in de coupé benoemen. De kapstokken om een jas aan op te hangen. De klapstoelen voor als het druk was. De riem om de vouwfiets aan vast te haken. Het tafeltje om brood aan te eten. De vierzit voor als je broertjes ook mee zouden zijn. De trein een avontuur, haar aanwezigheid mijn nieuwjaarsgevoel.