Persoonlijk

Mengellief

Of je het nog herkent. Ik dus. Want jij bent de jij niet meer die je was toen het nog anders was. Jij was een andere jij.

Get. Ver. Démme

Dat je dacht dat ándere mensen, van die types, dat díe. Maar jij niet. Nee joh, jij nooit. Maar dat er dan door samenloop van, dat het dan toch gebeurt. En dat je dan eerst in de ontkenningsfase, je weet wel, dat je er gewoon niet aan denkt want dan bestaat het niet.

Hoist with his own petard

Ik sta met twee voeten in het nu hoor, en volmondig. Maar je neemt schimmen mee, aan de hand, iedere nieuwe kamer in. Ik heb er een stuk of 5 nu. Ze wisselen elkaar af naargelang mijn stemming.

Wat je ook doet

De twee levens, nee belevingen – naast elkaar, altijd, waar je ook gaat. Het voelen dat je leegloopt, nee hol bent – terwijl de dagelijksheid gewoon doorgaat.

Ik lijk steeds meer op jou

Ik stond bij weer
een rek vol koopjes zoals
ik zo veel te vaak al stond

en tussen het geluid van
de ijzeren hangers over de metalen stang
schraap schraap schraapte het lied dat
ik al duizend maal hoorde
zoals iedereen
zoals niemand

Vogelaar

‘Een gelijkwaardige woning’
zegt hij tegen je
herhaaldelijk
in zijn verhaal
wanneer hij natuurlijk
gelijkvloers bedoelt.

Dubbel

Als ik het goed begrijp, is dit dus de plek waar het allemaal gebeurt?

Inderdaad ja, hier op deze zelfde stoel, aan deze zelfde tafel. Op de hoek van de tafel, recht onder die spiegel, staat mijn scherm. En hier ligt de drijvende kracht achter het geheel natuurlijk: mijn muis!

Dwars

Ik praat ik praat, kijk op, zie mijn natte wangen, voel mijn tong branden: snijdende, schroeiende woorden uit mijn keel, het vat weer geopend, geen houden aan, toch wel, toch wel.

Weekendje weg

Het is zondagochtend. Tik tik boink tik boem. Ogen open. Veel licht, vreemd bed. Drie ananaskussens op de vloer. Een goud met rood lampje op het nachtkastje: hoe verzinnen ze het. Mijn mobieltje ernaast. Ik klap hem open. De tijd is wel nog van mij, constateer ik.

Doktertje spelen

Ik stond dus met een potje bloed in mijn hand.

Dat zat zo: lief was dus weer eens gaan beachvolleyballen. Lang niet gedaan, gezellig, de volleybalploeg weer zien, iedereen joviaal, en voor je het weet heb je een rijtje Palmpjes voor je staan.