Schrijfsels

Ze put me uit

Ik wil haar de straat op sleuren, haar voeten over het plaveisel schrapend, haar bruine lokken in mijn vuist geklemd. Ik wil haar lijf tegen een paal rammen, haar neus breken op een muurtje, haar klauwende vingers pletten onder de eerste de beste kei.

Eenakter

Ze laat zich langzaam zakken, de stoel lijkt haast klam van de kille vochtigheid. Een in stilte gekozen plaats, liefst niet voor deze doeleinden ontworpen, waar de groep hun kleding afpelt. Huid op hout, altijd de voorzichtigheid.

Dubbel

Als ik het goed begrijp, is dit dus de plek waar het allemaal gebeurt?

Inderdaad ja, hier op deze zelfde stoel, aan deze zelfde tafel. Op de hoek van de tafel, recht onder die spiegel, staat mijn scherm. En hier ligt de drijvende kracht achter het geheel natuurlijk: mijn muis!

Dwars

Ik praat ik praat, kijk op, zie mijn natte wangen, voel mijn tong branden: snijdende, schroeiende woorden uit mijn keel, het vat weer geopend, geen houden aan, toch wel, toch wel.

Weekendje weg

Het is zondagochtend. Tik tik boink tik boem. Ogen open. Veel licht, vreemd bed. Drie ananaskussens op de vloer. Een goud met rood lampje op het nachtkastje: hoe verzinnen ze het. Mijn mobieltje ernaast. Ik klap hem open. De tijd is wel nog van mij, constateer ik.