Schrijfsels

Meer dan je had

Het is niets. Er is niets. Je loopt en het licht hangt laag vandaag, de zon in je achteruitkijkspiegel en de plastic kroonluchters in de hal van het tweederangs hotel en je ziel ging mee, halfstok richting donker. Daar waar de hond nachtelijk blaft, nacht na nacht op het verlaten erf, daar ben je thuis om de hoek van zijn canine klaagzang.

Dameslijkje

Er hangt een spinnenlijk in de hoek van het raam. Ze blaast er zachtjes tegen, het vederlichte karkasje wiebelt een beetje. Denk je toch eens in dat je hangend in de lucht zou sterven, en dan maanden, misschien wel jaren aan wat stofdraadjes kunt blijven wiegen. Ze stelt zich voor hoe dat bij mensen uit zou zien.

Wars

Dit is niet wat je wilde. Dat kan ook niet, want alles gaat trager dan toen je zeventien was en al precies wist hoe jij ging eindigen.

Tegen het lijf

Ha ha ha, ja niet dan pop, laten we eerlijk zijn: na die gevreesde vijf-en-dertigggg laat je alles gewoon los toch, al die angsten van strak moeten blijven, gelijk heb je schat. Het is dat moeder natuur mij in een goed jasje heeft gestoken want als het aan m’n “laajfstaajl” lag… ha haaa haa, ik ben niet van de bank te krijgen hoor!

Chapter 38: common sense

Of ze nog gelukkig waren. De makelaar vroeg het om zijn sales pitch af te kunnen draaien, maar het trof hem op een veel persoonlijker niveau. Of hij nog gelukkig was.

Met scherp

‘Dit gaat zo niet langer.’ Ze zei het, maar wist niet of ze het echt meende. Of toch, soms – vaak meende ze het.

Afsnoepen

Of maar negen tenen hebben, dacht ze. Dat zou ook minder erg zijn, dacht ze. Negen vingers zelfs, dat zou ze niet erg vinden. Een wijnvlek in het gezicht, ook geen probleem.

Nieuw

Ze had geen zwavelstokjes, maar ze zat wel buiten. Ongeduldig op een bankje. Haar iets te chique maillot onder haar iets te chique jas. Haar eigenwijze kinderharen in een volwassen knot gedraaid.

Zoals

We moeten nog zo lang. Ze zegt het zacht, in je oor in de trein in de leegte. Beweging is voor hen die met opgetrokken knieƫn in een boek kunnen leven.

Vogelaar

‘Een gelijkwaardige woning’
zegt hij tegen je
herhaaldelijk
in zijn verhaal
wanneer hij natuurlijk
gelijkvloers bedoelt.